Zorg, politiek & maatschappij

Zorg, politiek & maatschappij
Briefing

Belangenbehartiging in de breedste zin

“Als huisarts leer je ook van de samenwerking met andere disciplines. Bij verslavingsproblematiek heb je bijvoorbeeld toch de neiging daar wat omheen te praten bij de patiënt, maar door de samenwerking met de middelenconsulent zagen we dat je juist heel direct kunt zijn.”


Kees Kanters is sinds november vorig jaar voorzitter van Orego, de gebruikersvereniging van het iSOFT huisartseninformatiesysteem MicroHIS. Wie is Kees Kanters, en hoe ziet hij de rol van Orego?

Middenin een nieuwbouwwijk in Diemen-Noord staat het voorhuis van een boerderij – een eeuwenoud pand op een wel heel onverwachte plek. Aan het voorhuis vastgebouwd is een modern gezondheids-centrum, met een wachtkamer met glazen wanden en een glazen dak. Kees Kanters gaat voor naar zijn spreekkamer in het oude voorhuis.

Wat mooi, die combinatie van oude en nieuwe architectuur in een gezondheidscentrum. Zit daar een verhaal achter?

“Er wordt gezegd dat dit huisje nog door Rembrandt getekend is. Het is er oud genoeg voor, en Rembrandt heeft in de buurt van Diemen inderdaad ook veel geschetst. Maar of het echt zo is, is denk ik voor discussie vatbaar. De gemeente wilde in ieder geval bij de bouw van het gezondheidscentrum dat het oude voorhuis behouden bleef, dus hebben we het geïntegreerd in de nieuwbouw.

De geschiedenis van het pand zoals ik die zelf ken, vind ik eigenlijk het interessantst: tijdens mijn studie woonde ik al in Diemen, en toen was deze boerderij met de bijgebouwen een kraakpand. Later werden de wijk en het gezondheidscentrum gebouwd, met het nieuwe gedeelte op de plek van de oude stallen. Bij de opening van het centrum is de oude boerin zelfs nog langsgeweest.” 

Maar de praktijk heeft nu vast zo’n landelijk karakter niet meer?

“Het is over de jaren uitgegroeid tot een grote praktijk met een echt stedelijk karakter. Het gezondheidscentrum is opgezet in de tijd dat de wijk gebouwd werd, in 1989. Oorspronkelijk was de praktijk begroot op 4500 patiënten, het zijn er 6500 geworden. Die helpen we met inmiddels vijf huisartsen, in totaal 3,5 fte. Daarbij hebben we ook een apotheek in het pand. En verder werken we hier met veel disciplines samen: naast een praktijkondersteuner zijn er een diëtist, een verloskundige, vier fysiotherapeuten, een eerstelijnspsycholoog en een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, een middelenconsulent, en een maatschappelijk werker verbonden aan het centrum.”

Hoe is het om in een gezondheidscentrum te werken, ten opzichte van het werken als individueel huisarts?

“De overgang heb ik nooit hoeven maken; ik ben niet anders gewend. Mijn opleiding heb ik in de jaren tachtig gehad in een gezondheidscentrum in Amsterdam Zuid-Oost. Dat waren trouwens heel andere tijden. Het gezondheidscentrum daar was toen een collectief, waar het in het begin zelfs zo geregeld was dat een van de patiënten de telefoon aannam en bepaalde of de beller in aanmerking kwam voor een consult.

Omdat ik in Diemen woonde, wist ik dat er een gezondheidscentrum gestart werd in de wijk Diemen-Noord, die in aanbouw was. Daar ben ik toen vanaf het begin bij geweest. Het doel van het centrum is altijd geweest om preventief werk te verrichten in de wijk, in samenwerking met de andere disciplines.”

Leer je als arts ook anders te werken door die samenwerking met andere disciplines?

“Zeker. Een goed voorbeeld daarvan is de samenwerking met de middelenconsulent. Die is in dienst van de Jellinek, maar komt naar de wijk toe om mensen hier te begeleiden. Zoals ik zei, het is wel degelijk een stedelijke wijk, met best wat verslavingsproblematiek. Niet zozeer drugs, vooral alcohol. Het helpt voor mensen dat ze voor hulp en begeleiding hiernaartoe kunnen komen, naar het gezondheidscentrum in hun eigen wijk. Ze hoeven dus niet naar de Jellinek in de stad, op de Vlaardingenlaan, waar ze tussen de drugsverslaafden terecht komen. Dit is gemakkelijk en laagdrempelig.

Voor ons als huisartsen heeft het samenwerken met de middelenconsulent zeker verschil uitgemaakt. Aanvankelijk dachten we dat het werken met een middelenconsulent ons vooral zou helpen bij het zelf eerder leren herkennen van verslavingsproblemen. Maar het heeft ons juist ook geleerd hoe we dit soort problemen kunnen bespreken met patiënten als ze eenmaal onder behandeling zijn. Als huisarts heb je toch de neiging daar wat omheen te praten, maar je kunt het juist goed heel direct bespreken met de patiënt. Echt in termen van: hoeveel drink je nu eigenlijk op dit moment?”

Als we het hebben over het multidisciplinair werken in een gezondheidscentrum en de ondersteuning daarvan door software, wat kan software dan betekenen?

“Huisartseninformatiesystemen stellen uiteraard de huisarts centraal. Maar steeds meer zorg is multidisciplinair of gedelegeerd. En een praktijkondersteuner bijvoorbeeld werkt nu eenmaal meer protocollair. Daar zou software meer ondersteuning voor kunnen bieden.

Denk daarnaast ook aan ketenzorg, zoals de ketenzorg voor diabetespatiënten. Daar is niet alleen de huisarts bij betrokken, maar ook de praktijkondersteuner, de oogarts, de podotherapeut, de diëtiste. Je kunt dan wel met een keteninformatiesysteem werken, maar dan vallen veel gegevens buiten de view die je als huisarts nodig hebt.”

U bent al een aantal jaar betrokken bij Orego, eerst als lid, nu als voorzitter. Hoe bent u in automatisering geïnteresseerd geraakt?

“Die interesse heb ik eigenlijk altijd al gehad. Tijdens mijn studie heb ik het keuzevak medische informatica gedaan. Dat waren de beginjaren: we maakten onze opdrachten in Amsterdam en de ponskaarten gingen een keer in de week naar Arnhem voor verwerking.

Hier in het gezondheidscentrum zijn we vrij vroeg gestart met automatiseren, in 1991-1992. Dat gebeurde in het kader van een automatiseringsproject van de Amsterdamse Huisartsen Vereniging. Ik heb in dat project ook andere huisartsen begeleid, als mentor.

Momenteel ben ik behalve huisarts ook Coördinator van de medische populatie bij het AMC, voor anderhalve dag in de week. Bij het AMC ben ik ook betrokken geraakt vanuit de IT-hoek. Ik heb er onder andere meegewerkt aan de implementatie van EDIFACT, aan elektronisch verwijzen, en aan het implementeren van een portal voor huisartsen om gegevens van naar het AMC verwezen patiënten in te kunnen zien. Nu organiseer ik onder andere ook nascholing aan huisartsen, vaak in IT-onderwerpen, binnenkort bijvoorbeeld over de geschiedenis van het elektronisch medisch dossier.”

Sinds november vorig jaar bent u voorzitter van Orego. Wat kan de gebruikersvereniging van MicroHIS volgens u betekenen?   

“De gebruikersvereniging kan veel betekenen, zeker omdat vrijwel alle MicroHIS-gebruikers lid zijn van Orego. Bovendien draait het in de kern om belangenbehartiging, en dat werkt verschillende richtingen uit, meer richtingen dan vaak gedacht wordt. In de eerste plaats natuurlijk in de richting van iSOFT. Huisartsen stappen namelijk niet snel over als ze eenmaal de keuze hebben gemaakt voor een systeem – en dan is productverbetering en productontwikkeling des te belangrijker. Onder andere via de pakketcommissie van Orego werken we daarin nauw samen met iSOFT als producent van MicroHIS. Die samenwerking verloopt gewoon heel erg goed.

Daarnaast zorgt Orego voor belangenbehartiging in een veel bredere zin: richting ICT Nederland. Orego werkt op dat vlak samen met andere gebruikersverenigingen in NedHIS, de koepel van HIS-gebruikersverenigingen. Daarmee zijn we een direct aanspreekpunt voor het NHG, de LVH, voor andere koepelorganisaties – bijvoorbeeld van apothekers – en niet in de laatste plaats voor het ministerie van VWS. Dat betekent dat we meepraten over landelijke ontwikkelingen in de ICT vanuit de optiek van huisartsen en het systeem waarmee zij werken. Jaarlijks organiseren we ook, in NedHis-verband, het EZD symposium. Op dit symposium komen beleidsmakers en HIS-gebruikers bij elkaar, waarbij wij ons met name richten op de toepassing van ICT in de dagelijkse zorg.

Wat kunnen we op de korte termijn aan activiteiten van Orego verwachten?

“Als bestuur willen we natuurlijk graag contact hebben met de gebruikers van MicroHIS en horen wat de wensen zijn vanuit het veld. We willen daarom weer diverse regiobijeenkomsten gaan organiseren, in samenwerking met iSOFT, zodat we bij MicroHIS’ers in hun eigen omgeving kunnen langskomen. In het programma zal ruimte zijn voor opleidingssessies en informatie vanuit iSOFT, voor contact met het Orego-bestuur en voor netwerken met andere MicroHIS-gebruikers.

Verder willen we via de vernieuwde website www.orego.nl de leden informeren, en we hopen dat het forum een plek wordt waar boeiende discussies zullen worden gehouden.”

Als we u om af te sluiten de microfoon geven, welke boodschap hebt u dan voor de Orego-leden?

“Zelf ben ik bij ICT betrokken geraakt in een tijd dat bezig zijn met informatica inhield dat je zelf programmeerde. Ook mijn medebestuurders zijn van die eerste generatie. Ik merk dat voor de jongere generatie gebruikers MicroHIS vooral een tool is, terwijl ze aan de ontwikkeling ervan wel degelijk kunnen bijdragen. Wat mij betreft mogen de jongere MicroHIS’ers zich laten zien. Bijvoorbeeld door actief deel te nemen aan een regiobijeenkomst, te participeren in de pakketcommissie, deel te nemen aan een themagerichte bijeenkomst of een mentorrol in een regio te vervullen. Mogelijkheden te over. Hetzelfde geldt trouwens voor vrouwelijke huisartsen: de huisarts van de toekomst is veelal vrouw. Ook hen zou ik, net als de praktijkondersteuners, graag actiever betrokken zien.”

---------
Orego is de gebruikersvereniging van MicroHIS, het huisartseninformatiesysteem dat de kern vormt van de praktijkvoering in een op de vier huisartsenpraktijken in Nederland.
---------

Terug naar Zorg, politiek & maatschappij