In 2002 kwam Bart Brandenburg, oud-huisarts en nu manager van kenniscentrum MedicInfo, voor het eerst met eHealth in aanraking.
Hijj was een halfjaar in de Australische outback aan het werk als huisarts. Waar het in Nederland een aantal dagen duurt, voordat de uitslag van een röntgenfoto terug is, had hij in de outback binnen een half uur al de uitslag vanuit het ziekenhuis in Perth 200 kilometer verderop. De foto werd digitaal verstuurd naar het ziekenhuis waar 24/7 een radioloog aanwezig was om deze te beoordelen en direct de uitslag terug te sturen. Ook werd nascholing daar al via videoconferentie georganiseerd en werd het internet intensief gebruikt door de geïsoleerde ligging van de praktijk. Bij terugkomst wilde Brandenburg door als huisarts, maar dan anders. Hij besloot om als huisarts voor MedicInfo te gaan werken, waar ze toen bezig waren met de “nieuwe” praktijk. Door het tekort aan huisartsen is door een aantal zorgverzekeraars het MedicSupportteam opgericht. De huisartsen die hier aan deelnamen vulden de leegstaande praktijken, waarbij gezamenlijk support op de processen werd geleverd. Zo werden praktijkwebsites, e-consults en de telefooncentrale vanuit één punt georganiseerd. En zo stond Brandenburg vooraan bij de toekomst van eHealth.
In de zomer van 2009 heeft Brandenburg zijn eerste twitterconsult gedaan. Bij toeval kwam hij een twitterbericht tegen, waarin een foto van een been met een bult was geplaatst. Hij beantwoordde de vraag en via die tweet is uiteindelijk @tweetspreekuur ontstaan, dat hij samen met Erik Jansen en Filip van Dijk heeft opgezet. Het twitterspreekuur doet niet onder voor het telefonisch- of e-mailconsult. De kwaliteit is hoog en het gaat echt om huisartsgeneeskunde. Na het eerste jaar blijkt dat de vragen via Twitter, komen van mensen die de huisarts regelmatig bezoeken en veelal gaan over chronische aandoeningen en medicijngebruik. De gemiddelde leeftijd van de klanten van het tweetspreekuur ligt rond de achtendertig.
Waarom wordt eHealth nog nietbreed toegepast in de praktijk?
“De patiënt wil gebruik kunnen maken van e-consults, echter blijkt uit onderzoek van Nivel dat slechts 0,06% van de contacten met de huisarts een e-consult is,” vertelt Brandenburg. “Het probleem is dat er geen financiële prikkels zijn om de huisarts te stimuleren meer eHealthtoepassingen in te zetten in zijn praktijk. Daarnaast hebben de meeste huisartsen een uitdaging als het om implementatie gaat. Spreekuren, visites rijden en de telefonische spreekuren zijn in de dagelijkse routine opgenomen. eHealth vraagt om een andere manier van werken en veranderen is altijd lastig.” Brandenburg merkt ook op dat er momenteel nog onvoldoende aandacht is voor de implementatie van eHealthtoepassingen. “Er wordt veel ontwikkeld voor hoge bedragen, maar als het dan gereed is, wordt het niet goed vermarkt, omdat het geld op is en dat is zonde.” Jansen ziet de rol van de huisarts naar de toekomst verschuiven naar een begeleidende rol van de patiënt. “De tijd is voorbij dat ‘wij’ het beter weten dan de patiënt. Waar het om draait is om samen met de patiënt te kijken wat het beste voor hem is en wat het beste aansluit bij zijn behoefte en levensstijl. eHealth- en mHealth-toepassingen kunnen dit proces fantastisch ondersteunen”, aldus Jansen. Een schone taak voor de huisarts is, om de patiënt te helpen zich te emanciperen onder andere door hem eHealthen mHealth-applicaties aan te bieden. “De applicaties kunnen de patiënt helpen een aantal zaken zelf uit te voeren. Denk hierbij aan het thuis meten van bloedwaarden bij diabetes of het zelf meten van de bloeddruk. Met de hulpmiddelen die daar nu al voor worden aangeboden, is er geen reden dat de huisarts dit beter zou kunnen“, aldus Jansen.
De motivatie voor Jansen om @tweetspreekuur te starten, was dat hij al een tijdje op Twitter zat en zag hoeveel vragen er op een constructieve manier beantwoord werden. Hij vond dat hij wat terug moest doen voor deze community en heeft dit waargemaakt door zijn expertise als huisarts aan te bieden. “Momenteel wordt @tweetspreekuur nog niet vergoed door de zorgverzekeraars, maar, zo zijn beide heren het eens, als we het gewoon gaan doen, dan volgt de financiering vanzelf.”
“De angst bij de meeste huisartsen om eHealth te gebruiken, is voornamelijk gebaseerd op het feit dat ze verwachten dat het tot nog meer werk zal leiden en dat ze continu ‘gestoord’ zullen worden door hun patiënten”, weet Jansen te vertellen. Hij is van mening dat het juist zal leiden tot een betere verdeling in de lasten. Door ook verantwoordelijkheid aan de patiënt te geven, bijvoorbeeld het zelf meten van de bloeddruk, worden de lasten juist verdeeld en zal uiteindelijk de druk bij de huisarts afnemen. De patiënt is veel bewuster met zijn gezondheid bezig. Daarnaast vindt Jansen dat er nu eens een einde moet komen aan de bureaucratische houding van sommige zorgverleners. “We moeten op respectvolle wijze de ego’s van hun sokkel trekken. Maar ook vooral het beeld van patiënten ten aanzien van artsen moet veranderen, door ze te laten beleven dat de arts gewoon expert is op het gebied van gezondheid. Eigenlijk net als de kapper of de automonteur hun expertise hebben. Niets meer dan dat”, verwoordt Jansen. “Daarnaast heeft ook de overheid een rol in de verandering in de zorg. De anti-campagnes werken niet. Neem nou de ‘rits-campagne’ van de overheid. Binnen een halfjaar was iedereen in de auto zich bewust van het fenomeen ‘ritsen’ en werd het redelijk snel geadopteerd. Zo kan de overheid ook een campagne maken voor de gezondheid van de bevolking, bijvoorbeeld ‘Je kan voor jezelf zorgen’. Op een vriendelijke manier de mensen over gezond leven informeren en daarin opnemen wat eHealth hierin kan toevoegen.”
Bart Brandenburg:
Twitter
Terug naar Zorg, politiek & maatschappij